maandag 13 april 2015

Heb de wereld niet lief

Romeinen 8:18-23 en 1 Kor. 15:42-57 onderwijzen  dat op een dag het vergankelijke wordt vervangen door het onvergankelijke, het aardse (lichaam) door een geestelijke.

Dan is er net als in de tijd van het paradijs voor de zondeval geen scherp contrast meer tussen Hemel en Aarde want de aanwezigheid van God zal beiden vervullen.  Dan zal de hemelse stad van onze vader waar vele woningen zijn, het hemelse Jerusalem op aarde neerdalen. Wanneer dit gebeurd zal er geen zonde, kwaad, lijden, onrecht, verdriet, verderf en dood meer zijn. In de woorden van Johannes in Openbaringen 21:1-4

1Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. 2Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. 3Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. 4Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’

De huidige situatie in de wereld is echter nog niet zo.

Nu leven we nog in de tijd tussen de hemelvaart van Christus en zijn wederkomst. Het herstel van alle dingen is nog komende. Nu is er nog een contrast tussen het wereldse en het hemelse.

Reeds worden wij door Christus vanuit geestelijk dood tot nieuw leven gewekt en zijn we op weg naar onze heerlijke eeuwige bestemming. Een bestemming die we zeker zullen bereiken zolang wij dichtbij de Goede Herder blijven en niet doelbewust ons van Hem afkeren en een andere weg, een dwaalspoor door het najagen van de dingen die de heidennen najagen en dit  tot het einde toe blijven volhouden zonder terug te keren naar DE WEG. De weg van Christus.

We leven nu nog in een wereld die nog onderworpen is aan verderf, verval en dood. Een wereld die door de zondeval en haar gevolgen uit balans is. Het is een wereld in disharmony waar Satan nog rond gaat als een briesende leeuw. Mensen worden nog steeds door zijn leugenachtige ingevingen verleid en verleiden zelf ook anderen om God ongehoorzaam te zijn. Hierdoor worden hun levens door Satan als wapens gebruikt ten koste van zelf en anderen, en ten koste van de hele schepping.

Daarom gebruikt de bijbel vaak het woord ‘wereld’ of ‘werelds’ op een figuurlijke wijze waar de wereld symbool staat voor wereldse gedachten patronen en de daarop gebaseerde structuren en systemen, woorden, uitingen, daden en gedragspatronen in de samenleving die niet in overeenstemming zijn met het gedachtengoed van Christus , wat Hij onderwijst en waar Hij ons in voorgaat en tot voorbeeld is.

Van de wereld in deze zin wordt gezegd dat zij deels beheerst wordt door de satan als heerser van deze wereld. Ook wordt gezegd dat wij die er voor hebben gekozen om Jezus na te volgen moeten strijden tegen boze machten die de wereld beheersen.

Onze stijd is niet tegen de mensen die door het onggestelijke, vleselijke, rebelse gedachten goed worden beinvloed, maar onze strijd is tegen de geestelijke machten, satan en zijn demonen en het kwalijke gedachtengoed wat zij inspireren en aanmoedigen in de mensheid.

Jezus zegt echter: Vrees niet, ik heb de wereld overwonnen

Deze wereld gaat voorbij.....

1 Johannes 2:15-17 waarschuwd ons echter wel:

15Heb de wereld en wat in de wereld is niet lief. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem, 16want alles wat in de wereld is – zelfzuchtige begeerte, afgunstige inhaligheid, pronkzucht –, dat alles komt niet uit de Vader voort maar uit de wereld. 17De wereld met haar begeerte gaat voorbij, maar wie Gods wil doet blijft tot in eeuwigheid.

We moeten door de kracht van Jezus die de wereld heeft overwonnen hier verre van blijven:

- Zelfzuchtige begeerte: Het willen hebben voor jezelf zonder er acht op te slaan, of rekening mee te houden hoe dit anderen misschien benadeeld. Tenslotte ons meer betekend altijd voor een ander in de wereld minder.

- Afgunstige inhaligheid: Het perse willen hebben wat de ander ook heeft; afgunst t.o.v. wie meer heeft, een mooiere auto, mooier huis, mooiere vrouw, betere opleiding enz...Dit leid tot velerlei kwaad in de wereld, conflicten en zelfs totale oorlogen.

- Pronkzucht: Jezelf beter laten lijken dan anderen, je boven anderen te verheffen op basis van wat je hebt, hoe je eruit ziet of op basis van positie of wat je hebt gedaan of bereikt (zelfs in de kerk). Je zekerheid en eigen waarde bouwen op zulke dingen is zonde!!!

Dit is kenmerkend voor een goddeloos wereld-systeem waar we niet aan mee moeten doen: Wij moeten ons door liefde laten leiden die niet zelfzuchtig is maar even hard werkt voor het belang van de ander als voor het eigen belang. Liefde die niet inhalig is maar vrijgevig. Liefde die niet afgunstig is maar tevreden is als God in zijn/haar basis behoeften voorziet. Liefde die zich niet boven anderen verheft maar nederig en zachtmoedig is en haar zekerheid en veilige stabiele positie vind in het door God geliefd zijn.

woensdag 8 april 2015

Gebed is geen Christelijke manier van toveren

Joh. 14:12-14

 12Waarachtig, ik verzeker jullie: wie op mij vertrouwt zal hetzelfde doen als ik, en zelfs meer dan dat, ik ga immers naar de Vader.13En wat jullie dan in mijn naam vragen, dat zal ik doen, zodat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt. 14Wanneer je iets in mijn naam vraagt, zal ik het doen.

Jezus geeft hier de garantie aan zijn leerlingen dat wat zij vragen in zijn naam ook door hen ontvangen zal worden. Bidden in Jezus naam is niet hetzelfde als het uitspreken van een soort toverformule zodat je krijgt wat je hebben wil. Bidden in Jezus naam heeft te maken met het bidden in de gezindheid van Christus, enkel zo bidden is bidden naar zijn wil. Zie ook Matt. 7:7-11 en Jakobus 4:2-3.

donderdag 2 april 2015

Deel je rijkdom en wordt rijker

Schriftlezing: Lucas 18:18-30
18Een hooggeplaatst persoon vroeg hem: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 19Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, alleen God. 20U kent de geboden: pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, leg geen vals getuigenis af, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’ 21De man zei: ‘Aan dat alles heb ik me sinds mijn jeugd gehouden.’ 22Toen Jezus dat hoorde, zei hij: ‘Nog één ding ontbreekt u. Verkoop alles wat u hebt en verdeel de opbrengst onder de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten. Kom daarna terug en volg mij!’ 23Toen de man dat hoorde, werd hij diepbedroefd. Hij was namelijk zeer rijk.
24Toen Jezus zag dat de man zo bedroefd werd, zei hij: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan. 25Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’26Daarop zeiden zijn toehoorders: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ 27Jezus zei: ‘Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God.’ 28Toen zei Petrus: ‘Maar wij hebben alles wat we bezaten achtergelaten om u te volgen.’ 29Jezus zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die huis of vrouw, broers of zusters, ouders of kinderen heeft achtergelaten omwille van het koninkrijk van God, 30zal reeds in deze tijd het veelvoudige ontvangen en in de tijd die komt het eeuwige leven.’

Jezus wil ons bevrijden van alle afgoden omdat niemand Hem werkelijk kan na volgen en zijn eeuwige bestemming kan bereiken als hij/zij nog innerlijk verdeeld is. Zoals Jezus al eerder zei in Lucas 16:13 “niemand kan twee heren dienen.....Jullie kunnen niet God dienen en de mammon (aardse rijkdom)”.  Jezus roept ons op om te stoppen met schatten te verzamelen op aarde door ons geld opzij te zetten (Mt. 6:19-25) want we moeten ons geen zorgen maken over wat we zullen eten of drinken.  De rechtvaardige leeft immers uit geloof, in kinderlijk vertrouwen op God (Rom. 1:17). Dit betekend niet dat we moeten gaan stil zitten en wachten tot eten in onze mond valt want er geldt tevens dat wie niet werken wil ook niet zal eten (2 Thess. 3:10). We moeten dus wel bereid zijn om ons in te zetten voor ons dagelijks brood. Dit kan betekenen dat we ons inzetten voor het evangelie (1 Cor. 9:14) of gewoon seculier werk doen want ook op de seculiere werkplek kunnen we getuigen zijn van Christus (2 Thess. 3:6-12). Het is echter niet de bedoeling dat we ons nergens voor inspannen en onverantwoordelijk leven op kosten van anderen.  Als w eniet willen werken dan kunnen we niet verwachten dat anderen ons voeden. Dat is geen leven uit geloof, dat is gemakzucht en luiheid. Dit neemt niet weg dat de rijken de verantwoordelijkheid hebben om zeer vrijgevig met hun rijkdom om te gaan en bereid moeten zijn om deze te delen (1 Tim. 6:18-19). Het is om die reden dat Jezus tegen de jonge man zegt dat hij zijn rijkdom moet delen met de armen.  Nadat de jonge man bedroefd is heen gegaan legt Jezus uit dat het moeilijk is voor de rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan. Waarom? Omdat ze het moeilijk vinden om van hun privileges en rijkdom afstand te doen en daar niet meer op te vertrouwen maar het te delen met de armen. De toehoorders concluderen “wie kan er dan nog gered worden”.  Dit is op zich een heel terechte conclusie want alle mensen, rijk of arm, streven naar de aardse zekerheid en status die rijkdom geeft. Gelukkig is God niet onmachtig om een veranderd hart in ons te bewerken, Zijn wet in onze harten te leggen zodat we van binnenuit veranderd, vrijwillig en in liefde willen en gaan delen met de arme en behoeftige. Wat bij mensen onmogelijk is, is bij God mogelijk.  In antwoord zegt Petrus: ‘Maar wij hebben alles wat we bezaten achtergelaten om u te volgen.’  Dan antwoord Jezus: dat wat we ook voor het koninkrijk van God opgeven het ons dubbel en dwars zal worden terug gegeven in de eeuwigheid maar zelfs al in dit leven. Betekend het dat we dan alsnog materieel rijk zullen worden? Misschien soms wel, maar een grotere en diepere rijkdom van een vervuld leven, innerljke vrede, je geliefd weten en je geborgen weten in God is veel belangrijker. In sociologische termen ‘zelf-geactualiseerd’, niet als gevolg van hoe goed wij zijn, maar als gevolg van ons vertrouwen op God en hoe goed Hij is. Als we onszelf verliezen door zijn wil te doen vinden we juist onszelf terug, maar beter en mooier, gevormd naar het beeld van Christus.

donderdag 26 maart 2015

Welke leiders zijn ons tot voorbeeld?

1 Cor. 10:33-1 Cor. 11:1

Ik wil iedereen ter wille zijn, in welk opzicht dan ook; ik zoek niet mijn eigen voordeel, maar dat van alle anderen, opdat ze worden gered. Dus volg mij na, zoals ik Christus navolg.

1 Tim. 5:24-25

24Van sommige mensen zijn de zonden overduidelijk nog voordat erover geoordeeld wordt; bij anderen komen ze pas bij het oordeel aan het licht. 25Zo zijn ook goede daden duidelijk zichtbaar; en wanneer ze dat niet zijn, blijven ze niet voor altijd verborgen.

Jezus waarschuwt ons in 1 Cor. 7:12-27 dat Hij wil dat we anderen behandelen zoals we zelf behandeld willen worden en dat enkel degenen die doen wat Hij zegt zullen blijven maar de anderen zullen worden weggevaagd. Hij waarschuwt daarbij dat niet elke leider die op staat in ons midden de weg van Christus voor ogen heeft. Sommigen zijn als wolven, ze worden niet gedreven door het verlangen om het onderwijs van Jezus in de praktijk te brengen door anderen te behandelen zoals zij zelf behandeld willen worden. Zij worden gedreven door dierlijk instinct voor eigen belang ook als dat ten koste van anderen gaat. Sommigen van hen doen notabene grote wonderen en weten zich goed te profileren. Zo goed dat ze er zelf in gaan geloven en zelfs op de dag van het oordeel Jezus er van proberen te overtuigen hoe goed zij zijn door op hun successen in de bediening te wijzen (vers 22). Jezus valt e rechter niet voor, Hij zegt 'ga weg van mij, kwaad doeners' (vers 23). Een leider die niet gedreven wordt door het onderwijs van Jezus, wie dit niet gehoorzaam in de praktijk brengt, is in de bediening vooral op zijn/haar eigen voordeel gericht. Dit leidt altijd tot veel kwaad!!!  

Laten we daarom mensen zoals Paulus navolgen die niet hun eigen voordeel zoeken maar het goede zoeken voor anderen en zo Christus navolgen.

dinsdag 24 maart 2015

JEZUS EN GELD (ingekorte preek)

Gebracht door E. van der Meer in Rafael Gemeente Joel te Zoetermeer op Zondag 22-3-2015

Jezus zegt in Matt. 28:18-19 dat Hij alle macht heeft in Hemel en Aarde en we daarom iedereen moeten aanmoedigen om zijn leerlingen te worden door hen alles te onderwijzen wat Hij heeft geboden.

JEZUS SCHRIJFT ONS DE WET VOOR EN HIJ ALLEEN 

(NIEMAND ANDERS HEEFT DAT RECHT)

In de bergrede laat Jezus zien dat zijn wet gaat over praktisch heilig leven in liefde voor God en naaste, inclusief onze menselijke tegenstanders.

De wet van Mozes is onvoldoende, uiterlijke religiositeit om onszelf geestelijk te profileren is onvoldoende. Het gaat er om dat wij Zijn woorden horen en doen en dat kan alleen vanuit een hart wat intiem met Hem verbonden is.

In Mattheus 28:19 zegt Jezus “leer hen alles onderhouden wat ik u geboden heb”

Vrijwillig Christus gehoorzaam navolgen, dat is wat GOD van ons vraagt.....niet selectief

Wie mij lief heeft (werkelijk intiem in liefde met mij verbonden is) zal mijn geboden bewaren. Ons bezig houden met wat Jezus ons overduidelijk geboden heeft daar gaat het om.

> Wij die door Hem geroepen zijn horen ons daar mee bezig te houden.

Alle andere dingen zijn bijzaak. Hoe interessant en intrigerend, spannend, bovennatuurlijk of menselijk gezien indrukwekkend en andere zaken ook mogen zijn, religieus, zogenaamd geestelijk of gewoon aards, het is allemaal bijzaak in vergelijking met het gehoorzamen van het duidelijke onderwijs van Jezus!!!!

> De bijzaken horen onderworpen te worden aan de hoofdzaak, het gehoorzaam navolgen van Jezus

Dit is ook zo als het om geld en bezit aan komt!

Laten we Matt. 6:19-7:12 lezen en terwijl we dit doen bij een aantal belangrijke punten stil staan.

We beginnen met Matteus. 6:19-21

19Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. 20Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen. 21Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.

Jezus zegt dat we ons niet bezig moeten houden met het vergaren van aardse rijkdommen. Aardse dingen die we waardevol vinden, mooi vinden, die een aantrekkingskracht op ons uitoefenen....
Het baart me ernstig zorgen als ik hoor hoe een voorganger les geeft in “how to become a millionaire” of hoe de ene na de andere Christen zichzelf probeert te laten gelden door te pochen met hoe mooi zijn of haar huis is, nieuwe auto, dure vakantie is enz enz....

Waarom? Omdat het lijnrecht tegen dit overduidelijke onderwijs van Christus in gaat.
Ik zou veel liever zien hoe Gods kinderen net als in het voorbeeld wat de gelovigen in Handelingen tonen hun bezittingen met de armen deelden, hun huizen open stelden, hun rijkdom ten dienste maakten van het evangelie..... Dat is in de ogen van de wereld misschien dwaasheid, wie weet leid je straks wel gebrek, heb je tekort, maar in Gods ogen is het wijsheid!!! Het draagt zijn goedkeuring weg.

Het vergaren van rijkdommen enkel voor persoonlijke ‘zekerheid’, comfort of genot, draagt absoluut niet zijn goedkeuring weg!!!

Mag je dan geen geld of bezit hebben?

Als je er mee om gaat op een manier die Christus dient en zo God tot eer is zeker wel. Maar geld en rijkdom mogen nooit onze focus zijn in het leven maar ten dienste zijn van onze navolging van Christus.

> Niet mijn genot = god 

Zo zijn de heidenen en helaas ook vele ‘christenen’

Maar Jezus is mijn Heer en ik leg alles aan zijn voeten neer en doe er mee zoals Hij van me vraagt!
Als alles wat God ons toevertrouwd niet in dienst van Hem is dan is het als een talent wat we in de grond bewaren. Het is dan geestelijk vruchteloos, het geeft geen divident voor het koninkrijk van Christus!!!

Laten we verder lezen, vers 22-23

22Het oog is de lamp van het lichaam. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn. 23Maar als je oog troebel is, zal er in heel je lichaam duisternis zijn. Als het licht in jezelf verduisterd is, hoe groot is dan die duisternis!

Het gaat dus om focus. Waar zijn we in dit leven op gericht. Op de navolging van Christus in vertrouwen op God, dat Hij voor ons zorgt, of zorgen we vooral goed voor onszelf???
Wat beinvloed nu echt onze dagelijkse besluitneming in hoe we onze tijd en energie gebruiken en hoe we omgaan met geld en bezit?

Dan komen we bij vers 24

24Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.
Je kan niet en Jezus navolgen in vertrouwen dat Hij voor je voorziet en tegelijkertijd druk bezig zijn met vooral voor jezelf te zorgen in overeenstemming met de geest van de wereld volgen die zegt “ieder voor zich en God voor ons allen”.

> De wereld vertrouwd niet op God maar op eigen kracht, eigen wijsheid, eigen kunnen. Waar staan wij????

> Zijn wij getuigen in hoe wij met geld en bezit om gaan van het feit dat we op God vertrouwen voor onze behoeften???

Natuurlijk is dit makkelijker gezegd dan gedaan

IK HEB HIER OOK ECHT MEE GEWORSTELD

Nadat ik plotseling met vrijwel niets in Nederland aankwam. Ik had een groot deel van mijn spaargeld voor mijn ex en mijn kinderen in Nederland en Afrika had gebruikt. Ik had een ander deel voor de voortgang van de projecten in Afrika gebruikt en kwam met heel weinig naar Nederland. Toen werd ik daar er mee geconfronteerd dat ik moest interen op het beetje pensioen geld wat apart was gezet op een rekening in Nederland.

Nu zat ik plotseling zonder inkomen, zonder pensioen en ook nog met een groot AOW gat van 30%. Ik kwam na het interen in de bijstand en had enkel een 70% AOW om naar uit te zien.

Dat had een hele innerlijke worsteling tot gevolg en ik ging me zorgen maken. Hoe moet ik nu overleven en hoe ga ik straks overleven als ik oud ben.....????

Ik was ook boos op God: Ik heb alles opgegeven en u laat al deze dingen toe... ik heb niets meer......
Ik was teleurgesteld in God maar vooral ook in mensen waarvan ik vond dat ze dit beter voor me hadden kunnen regelen....

Ik was ook boos op mijn medechristenen en de gemeenten die waren gestopt met hun ondersteuning waardoor ik ook daar niet van op aan kon.......

De duivel is heel listig en zat lekker te roeren in mijn hart door mij er toe te verleiden om mijn ogen te richten op wat ik niet heb en op wat er allemaal mis kan gaan in de toekomst.....weg van focus en vertrouwen op Christus!

Maar God wilde dat ik Hem nog meer leerde vertrouwen

Het feit is dat toen ik in 1993 als zendeling naar Afrika ging had ik vrijwel niets geregeld in materiele zin. Ik had enkel een groot geloof in God en Hij heeft dat nooit beschaamd.
-          Hij heeft altijd in mijn basisbehoeften voorzien. Niet altijd in alles wat ik hebben wilde maar wel in alles wat ik nodig had!!!

Maar gaandeweg had de wereldse denkwijze dat ik meer nodig had dan mijn basis behoeften mijn denken geinfiltreerd en ik was me er niet eens goed bewust van dat ik nauwelijks nog op God vertrouwde voor mijn basisbehoeften.
Het is heel makkelijk om te zeggen “ik ben een zendeling die uit geloof leeft” wanneer er regelmatig voldoende giften binnen komen voor mijn onderhoud.....maar toen dat niet meer gebeurde maakte ik mij hele grote zorgen.....

Maar Jezus zegt maak je geen zorgen, vertrouw me maar:

Matt. 6:25
25Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding?

Tja, ik maakte me dus wel zorgen en niet zo klein beetje ook. Ik werd met de vraag geconfronteerd vertrouw ik op God, ook als het niet gaat zoals ik denk dat het moet gaan, of vertrouw ik op menselijke manieren om een inkomen in de toekomst veilig te stellen?

Bovendien waarom ben ik zo bang om tekort te lijden in de toekomst??? Is het niet beter om gebrek te lijden in navolging van Christus dan rijk te zijn en ver van Hem af te dwalen????
En trouwens, vertrouw ik deze woorden van Jezus zelf niet? Waarom maak ik me zorgen terwijl Hij zegt “maak je geen zorgen”.

Hier komen we bij het onderliggende motief dat ons subtiel beinvloed.

Want waarom zijn zoveel mensen op het verzamelen van geld en bezit gericht? Waarom verzamelen mensen geld in een bankrekening, pensioenfonds, aandelen, huis en op andere manieren?

>>> Ze zijn bang om te kort te komen >>> bang dat God toch niet goed voor ze zal zorgen als ze het zelf niet doen >>> Het is dus een stukje angst

Soms is deze angst verwoord als:

“God zorgt voor wie voor zichzelf zorgen.....”

De vrucht is individualisme, zelfzucht, egocentrisme. Maar ook het verwaarlozen van onze naaste. Gebrek aan vrijgevigheid, eerlijk delen en zorg voor onze zwakkere of meer behoeftige naaste:

“Ieder voor zich en God voor ons allen”

Maar God heeft alle mensen even lief en wie Zijn liefde kennen laten zich niet door angst en zorgen leiden, ze vertrouwen op Hem:

1 Johannes 4 vers 18 zegt dat de volmaakte liefde alle angst uit bant uit ons leven!!! Waarom hebben zoveel Christenen dan toch nog die angst dat we in de toekomst tekort gaan komen????

Het betekend dat Gods liefde nog niet in ons volmaakt is. We hebben dan Gods diepe zorgzame liefde voor ons nog niet voldoende begrepen of we durven niet helemaal te geloven dat het voor ons is. Hierdoor kunnen we zelf niet in de onbezorgde vrijheid van de kinderen Gods leven in vertrouwen op Hem, genietend van Zijn trouw en voorzienigheid, en daardoor kunnen we ook niet voldoende die liefde naar anderen toe te laten zien door vrijgevig te zijn en ons bezit te delen

Jezus gaat daarom door in vers 26-30

26Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij? 27Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el  aan zijn levensduur toevoegen? 28En wat maken jullie je zorgen over kleding? Kijk eens naar de lelies, kijk hoe ze groeien in het veld. Ze werken niet en weven niet. 29Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen. 30Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zo veel zorg kleedt, met hoeveel meer zorg zal hij jullie dan niet kleden, kleingelovigen?

Wees niet bezorgd. Het is een teken van een te klein geloof, van te weinig vertrouwen op God om ons door zorg en angst te laten leiden. Bovendien zet het geen zoden aan de dijk. Je zorgen maken verandert niets.

31Vraag je dus niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?” of: “Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee zullen we ons kleden?” – 32dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben. 33Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. 34Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last.

Maak je dus geen zorgen over wat je in de toekomst zal eten, drinken of waar je je mee zal kleden, of wat je ook maar in de toekomst nodig zal hebben......de heidenen houden zich daarmee bezig. Dit zijn geen zaken van Gods koninkrijk maar die bij de wereld horen.
We hebben al genoeg om ons druk over te maken elke dag.

Het geeft een stuk minder stress als we God werkelijk leren te vertrouwen en zijn zorgzame liefde voor ons leren aanvaarden.

Conclusie

Laten we daarom op Hem en Zijn onderwijs vertrouwen en geen schatten op aarde verzamelen maar vrijgevig zijn zodat we mogen groeien in liefde, dat is een kapitaal veel belangrijker dan wat voor kapitaal je op de bank hebt of inde vorm van aandelen of bezit. Het is een kapitaal dat eeuwig blijft en veel beter dividend geeft:

1 Joh 3:16-19

16Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters. 17Hoe kan Gods liefde in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn hart sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?
18Kinderen, we moeten niet liefhebben met de mond, met woorden, maar waarachtig, met daden. 19Dan weten we dat we voortkomen uit de waarheid en kunnen we met een gerust hart voor God staan.

Laten we lief hebben met daden zodat we onze schatten in de hemel verzamelen en met een gerust hart voor God kunnen verschijnen op de dag van het oordeel. Zijn beloftes zijn immers betrouwbaar:

Romeinen 2:6-8

6God beloont ieder mens naar zijn daden. 7Aan wie het goede doet en daarin volhardt, aan wie glorie, eer en onsterfelijkheid zoekt, schenkt hij het eeuwige leven. 8Maar wie handelt uit geldingsdrang, de waarheid niet eerbiedigt en zich laat leiden door onrecht, straft hij met zijn toorn en woede.

Laten we volharden het goede te doen aan alle mensen en in het bijzonder onze geloofsgenoten.


Amen

dinsdag 17 maart 2015

Goed nieuws voor de armen

Lukas 4:14-21

14Jezus keerde, gesterkt door de Geest, terug naar Galilea. Het nieuws over hem verspreidde zich in de hele streek. 15Hij gaf onderricht in de synagogen en werd door allen geprezen. 16Hij kwam ook in Nazaret, waar hij was opgegroeid, en volgens zijn gewoonte ging hij op sabbat  naar de synagoge. Toen hij opstond om voor te lezen, 17werd hem de boekrol van de profeet Jesaja overhandigd, en hij rolde hem af tot de plaats waar geschreven staat:
18‘De Geest van de Heer rust op mij,

want hij heeft mij gezalfd om aan armen het goede nieuws te brengen
heeft hij mij gezonden om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden het herstel van hun zicht,
om onderdrukten hun vrijheid te geven,
19om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’

20Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op hem gericht. 21Hij zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’ 

Goed nieuws voor de armen

Het Evangelie van Jezus Christus is goed nieuws voor de armen want zij leert ons allen om niet langer aan het eigen belang te denken maar evenveel aan het belang van de ander. Zij die volgens het Evangelie van Jezus leven zijn niet gierig maar vrijgevig; zij zijn niet bezig om schatten op aarde te verzamelen maar schatten in de hemel door met alles wat God hen heeft toevertrouwd zo veel mogelijk goed te doen. Tenslotte waar je schat is, zal ook je hart zijn bestemming vinden.

Goed nieuws voor gevangenen

Het evangelie is goed nieuws voor allen die gevangen zijn, hetzij in een gevangenis door mensen gemaakt, hetzij gevangen in allerlei verslavingen, schadelijke gedachtenpatronen of op andere wijze. Jezus maakt onze harten vrij zodat waar we ook zijn, zelfs in slavernij, armoede, onderdrukking of de gevangenis dat we voor Hem kunnen leven door goed te doen aan alle mensen. Hij maakt ons ook vrij van alle dingen die onze gedachten en hart in hun macht houden waardoor we niet mens kunnen zijn zoals we bedoeld zijn. De waarheid zal je vrij maken en Jezus is die waarheid. In zijn karakter, onderwijs en voorbeeld laat Hij ons zien hoe wij bedoeld zijn en door zijn dood aan het kruis en opstanding geeft hij ons de mogelijkheid om deel van Hem te worden. Ook gefet Hij door zijn Geest ons de kracht om zo als Hem te worden.

Goed nieuws voor de blinden

Jezus laat ons dingen zien zoals ze werkelijk zijn. In ons hart, in ons leven, in onze omgeving, samenleving en wereld. Hij is het licht die zijn licht laat schijnen en alles wat duister en verkeerd is aan het licht brengt zodat het kan worden aangepakt. Dan tasten we niet meer als blinden rond in deze wereld, Hij is ons licht.

Vrijheid voor alle onderdrukten

Allen die onder allerlei vormen van onderdrukking leven kunnen in Jezus hun vrijheid vinden. Door Hem kunnen we ons innerlijk vrij maken van wie ons ook maar onderdrukt en kunnen we leven in het heerlijke leven met Hem zelfs temidden van hele moeilijke omstandigheden. Hij brengt ons leven en overvloed, vreugde, vrede en liefde, zelfs te midden van grote ellende. Velen kunnen hier van getuigen: Corrie ten Boom in het Nazi concentratie kamp en vele christenen in gevangenkampen wereldwijd. Jezus makat waarlijk vrij. En na onze tijdelijke reis op aarde gaan we voor eeuwig de totale vrijheid, blijdschap en heerlijkheid genieten in Zijn nabijheid.

Amen







maandag 9 februari 2015

Strek je uit naar de gaven van de Geest in liefde

1 Cor. 13

Het is helemaal niet toevallig dat Paulus midden in zijn betoog van 1 Cor. 12-14 over de gaven en talenten en posities die God ons geeft in Zijn gemeente het heeft over de liefde.

Het juist omgaan met de gaven van de Geest is dat we ons door de vrucht van de Geest laten leiden. Dat is door de liefde, welke ondermeer tot uiting komt in zelfbeheersing, goedheid, trouw etc... (Gal. 5:22-23). Tenslotte is dat wat we aan God en alle mensen verschuldigd zijn: Elkaar met liefde te behandelen (Rom. 13:8).

Onder de gaven die God mij heeft toevertrouwd is een gave waar ik soms niet zo blij mee ben. Niet omdat ik niet dankbaar voor die gave ben maar omdat ik het moeilijk vind om deze altijd in liefde te hanteren. Het is de gave van onderscheiding. Ik weet heel vaak al in korte tijd wat voor soort persoon iemand is en wat voor troep er soms in iemands hart verborgen zit. En om heel eerlijk te zijn is mijn eerste reactie soms wegwezen, die persoon vermijden, contact te vermijden, of erger ik wijs de persoon af als slecht of onwillig om te veranderen. Maar hoewel ik misschien een aantal dingen kan onderscheiden kan geen van ons de geest van de mens onderscheiden, of hij/zij wel of niet wil veranderen. Wij mogen daar niet over oordelen. Wie weet wil de persoon wel maar weet hij of zij gewoon niet hoe om met de innerlijke problemen om te gaan. Ik moet dus veel meer geduld hebben. Geduld is deel van liefde want de liefde van God verteld mij dat God zal voleindigen wat Hij begonnen is in mij en in de levens van anderen.

Eigenlijk is mijn ongeduld een gebrek aan vertrouwen in God dat Hij die persoon zal veranderen. Als ik vanuit dat ongeloof met die persoon om ga dan zondig ik tegen God en mijn naaste en zit ik Hem misschien in de weg. Ook laat ik door mijn ongeduld zien dat ik te weinig vertrouwen heb in mijn naaste dat hij/zij echt oprecht Jezus wil na volgen, met andere woorden in mijn hart heb ik al een oordeel geveld en dat op basis van hoeveel feiten??? Ben ik God, weet ik alles wat in zijn of haar leven is gebeurd? Nee, zeker niet, dus het is ook nog een stukje hoogmoed dat ik oordeelde over zijn of haar oprechtheid. Ik moet dus niet alleen geduldiger zijn, en niet alleen meer vertrouwen hebben in God, maar ik moet ook nog een stuk nederiger zijn. Zie je hoe makkelijk het is om zelfs met een geestelijke gave op een vleselijke manier om te gaan? We moeten ons laten leiden door geloof, hoop en liefde, vooral door liefde.

Een ander voorbeeld:

God gebruikt mij nog wel eens om mensen tot Hem te brengen. Dat is eigenlijk een heel groot wonder. Het is een groot wonder dat Hij mij wil en kan gebruiken en een nog groter wonder dat mensen geestelijk tot levenw orden gewekt door de Heilige Geest. Persoonlijk kan ik geen groter wonder voorstellen dan dat iemand uit de handen van satan en zijn koninkrijk met als toekomst de hel wordt overgezet naar het koninkrijk van Christus en deel wordt van Gods gezin met als toekomst de hemel. Wonderbaarlijke genezingen, spectaculaire doden opwekkingen, bovennatuurlijke voorzieningen en andere wonderen vallen daarbij in het niets.

Er is een tijd geweest dat ik heel veel praatte of schreef over de mensen die tot bekering kwamen. Deels was dit oprecht enthousiasme en blijdschap maar deels deed ik het zodat ik goed leek en misschien zelfs wat beter en meer speciaal dan andere Christenen die misschien lauw of hypocriet waren. Natuurlijk was ik wel zo slim om te zeggen dat ik gewoon graag publiekelijk God de eer wilde geven maar iedereen voelde heus wel dat ik naar een stukje erkenning zocht. Dus wie was er eigenlijk hypocriet? Gelukkig waren de mensen in mijn omgeving erg liefdevol en geduldig met mij. Maar ik handelde natuurlijk niet liefdevol. Als je jezelf als beter voordoet dan andere mensen laat je hen juist voelen dat ze minder zijn dan jij. Het is trots om te denken dat God jou gebruikt omdat jij zo goed bent. Het is hoogmoed en gebrek aan nederigheid en een gebrek aan besef hoe zondig jij eigenlijk bent en hoe hard jij Gods genade nodig hebt net als ieder ander. Tot mijn grote schaamte moet ik erkennen dat ik mijzelf wel heel speciaal vond en neerkeek op mijn broeders en zusters die minder spectaculair door God werden gebruikt. Ik hield soms zelfs de tel bij van hoeveel mensen er tot geloof waren gekomen.... het was allemaal vlees. Het ging om mijn ego en niet om Christus.

Wat was het probleem? Ik handelde niet uit liefde, niet naar God toe, niet naar mijzelf toe en niet naar anderen toe. God wil zijn eer niet met mij delen, Hem komt alle eer toe en ik stal ook een beetje de show. De reden waarom ik mijn zelfbeeld en eigen waarde wilde opkrikken was ook omdat ik nog te weinig van Gods liefde laten doordringen voor mijzelf. Want als je jezelf lief leert hebben zoals God jou liefheeft dan heb je niet meer de behoefte om jezelf te verheffen en je ego op te krikken want je weet werkelijk wie jij bent een innig geliefd kind van God. Geliefd niet om hoe goed je bent of wat je allemaal kan doen voor God, maar geliefd om wie je bent. Zelfs als je je hele leven verlamd op bed zou doorbrengen en nauwelijks helder kan denken dan heeft God jou nog net zo lief. Zelfs als je de ergste zonden hebt gedaan die je maar kan bedenken dan nog heeft God jou innig lief. Hij is de wachtende vader die ons zonder veroordeling omarmt als wij met al het vuil wat ons aankleeft bij Hem komen.

Ik ben een zondaar geneigd tot alle kwaad, maar ik ben met mijn vuiligheid en innerlijke verwondheid en zonde in de armen van de vader gekomen. Ik weet wie ik ben van natuur zonder Christus en ik weet wie ik ben in Christus, gered, gereinigd, geliefd, gezeten wet Hem op de troon. Het is veel meer dan ik eigenlijk verdien dus waarom zou ik mijzelf beter voelen dan anderen, Hij heeft me hoger verheven dan ik verdien, dus waarom zou ik mijn ego nog proberen op te krikken op vleselijke wijze?  Mijn positie als geliefd koningskind, als dienstknecht van God is juist iets om stil van te woorden en in nederigheid te beseffen dat het onverdiende genade is. Zijn genade is werkelijk genoeg voor mij.

En dan denk je nu misschien ‘wow die man begrijpt het’.  Maar ik zeg je eerlijk, het blijft een worsteling. Elke dag betrap ik mijzelf er wel op dat ik ergens me door mijn vlees, mijn zelfgerichte ego heb laten leiden en niet door de liefde van de Geest van God. Het blijft een geestelijke strijd. Maar Jezus is met me bezig, ik ben zijn werk in uitvoering en Hij gaat door, met mij en met jullie. En ook al maken wij fouten en ook al doen wij soms dingen vanuit ons vlees, God is zo machtig en liefdevol dat Hij zwakke zondige imperfecte en regelmatig falende mensen kan gebruiken, en wil gebruiken in deze wereld. Strek je daarom gerust uit naar de gaven van de Geest en laat je niet afschrikken door je eigen tekortkomingen. Hij geloofd in je ondanks je menselijke tekortkomingen want Hij zelf is in jou aanwezig, en Hij heeft alle macht in Hemel en op Aarde!!!